PvdA de partij

PVDA - 'Natuurlijk is er een probleem'; Kandidaat-lijsttrekkers

MijnPvdA
Rode roos

'Natuurlijk is er een probleem'; Kandidaat-lijsttrekkers

Interview in Trouw
De Partij van de Arbeid heeft maar liefst vier kandidaten die de partij naar de verkiezingen op 22 januari willen leiden: Jeltje van Nieuwenhoven, Jouke en Klaas de Vries, en Wouter Bos. Een van de heikelste onderwerpen tijdens de campagne wordt 'integratie'. Waarin komen die lijsttrekkers-in-spe overeen, en waarin verschillen ze?

door: Ruud van Heese en Esther Lammers
 
'Te banaal voor woorden', vindt Klaas de Vries de discussie of islamitische  vrouwen in openbare functies een hoofddoekje mogen dragen. Jeltje van  Nieuwenhoven en Wouter Bos vinden het prima zolang ze dat geheel vrijwillig  doen. 'Mijn Friese grootmoeder heeft ook haar hele leven een muts gedragen',  zegt Van Nieuwenhoven. Alleen voor werken bij de rechterlijke macht maken ze een  uitzondering. Dat is immers een neutrale instantie. Maar Jouke de Vries vindt  een hoofddoekje in een publieke functie niet kunnen, ook niet op scholen.
 
Bij de laatste kamerverkiezingen ver loor de PvdA 22 van de 45 zetels. De  LPF daarentegen debuteerde met 26 kamerleden. Bij de afstraffing van de PvdA  door de kiezers speelde het vraagstuk van de integratie een grote rol. De partij  had in haar verkiezingsprogramma vrijwel niets te melden over deze kwestie, die  veel kiezers - onder wie een groot deel van de natuurlijke achterban van de PvdA
 - al jaren sterk bezighield. Bij de kamerverkiezingen van 22 januari wil de PvdA  die fout herstellen, al worstelen de vier kandidaat-lijsttrekkers nog steeds met  de oplossingen.
 
'De integratie is niet gelukt. Etniciteit is een politieke scheidslijn  geworden', stelt hoogleraar bestuurskunde Jouke de Vries, politieke nieuwkomer  voor het lijsttrekkerschap van de
 
PvdA. Zijn drie concurrenten zijn dat met hem eens. Dat is mede aan hun  eigen partij te wijten, erkennen ze. Oud-staatssecretaris Wouter Bos:
 'Natuurlijk is er een probleem. Of je moet beweren dat Nederland op 15 mei  collectief gek is geworden en dat de PvdA gelijk had met de stelling dat het  allemaal best goed ging met de integratie.'
 
Volgens Jouke de Vries heeft de partij consequent geweigerd over dit  onderwerp te discussieren. 'De partij ging gebukt onder politieke vooroordelen.  Er lag een deken over dit onderwerp. De PvdA ziet iemand die uit het buitenland  komt bijna per definitie als een zwakkere. Onze aandacht is naar die groepen  verlegd, waardoor de natuurlijke achterban zich in de steek gelaten voelde.'
 
Fractievoorzitter Van Nieuwenhoven: 'Daar is absoluut iets van waar. We zijn  zelf als emancipatiebeweging altijd bezig iedereen op te tillen. We hebben een  hele grote tolerantie ten opzichte van anderen die nog niet ge emancipeerd zijn.  Maar als je integratie en veiligheid rechts laat liggen, dan laat de kiezer je  links liggen, dat hebben we zwaar ondervonden.'
 
'Het heeft ook veel te maken met het feit dat er in Nederland geen constante  inspanning is geweest om nieuwkomers op te nemen, de taal te laten leren en  duidelijk te maken hoe je je als burger in Nederland gedraagt', zegt  oud-minister Klaas de Vries. 'Maar', voegt hij er een beetje fel aan toe,  'daarvoor zijn CDA en VVD net zo goed verantwoordelijk. Die hadden ook  wethouders. En de twee kabinetten-Lubbers hebben in de jaren tachtig fors  gesneden in de collectieve voorzieningen. Eigenlijk is er pas iets van beleid  sinds 1998, het tweede paarse kabinet.'
 
Het probleem is de afgelopen tien, vijftien jaar ook toegenomen, door de  grote aantallen nieuwkomers die naar Nederland trokken. Er meldden zich veel  meer asielzoekers. De gastarbeiders gingen niet weg, maar lieten hun gezinnen  overkomen. Klaas de Vries: 'De druk kwam eenzijdig te liggen op de oude wijken  in de grote steden. De grote toestroom heeft een ordelijk functioneren van de  leefomgeving verstoord. Het is net als met een verjaardagsfeestje. Je kunt  maximaal tien gasten ontvangen. Als je wat groter woont twintig. Maar geen 150.'
 
Jouke de Vries: 'Sommigen in de PvdA zullen dat nooit toegeven. Maar ik denk  dat voor delen van de bevolking zeker geldt dat de grens van het vermogen om  vreemdelingen op te nemen, is bereikt. Vooral in wijken waar een hoge  concentratie nieuwkomers woont.'
 
Maar zowel Jeltje van Nieuwenhoven als Klaas de Vries hebben ook behoefte om  het integratieprobleem te nuanceren. Van Nieuwenhoven: 'Het probleem wordt ook  iets te groot gemaakt. Ik weet zeker dat een volgende generatie Turkse en  Marokkaanse jongeren hun partner niet meer uit het thuisland haalt. Als we in  staat zijn iedereen de Nederlandse taal te leren, dan kunnen mensen met elkaar  praten, ruziemaken en het weer goedmaken. Dat is dus integreren.'
 
Er gaan volgens Klaas de Vries gewoon een paar generaties overheen, voordat  allochtonen zijn geintegreerd. Hij heeft dat zelf gezien. 'Toen mijn grootvader  uit Friesland naar het katholieke Limburg verhuisde om bij de staatsmijnen te  gaan werken, was er ook een grote culturele kloof. Hij was en protestants en  aanhanger van de vakbeweging. Dat kon in Limburg niet. De protestanten kregen in  Limburg een eigen kerk en van de staatsmijnen veel geld voor eigen culturele  voorzieningen. Maar nu, twee generaties later, vallen ze niet meer op in  Limburg.' Wat hij maar wil zeggen: integratie kost tijd. 'Het gaat hier en daar  prima. Van tijd tot tijd zijn er wrijvingen tussen bevolkingsgroepen, maar dat  gaat ook over.'
 
Maar Jouke de Vries en Wouter Bos hebben geen enkele behoefte aan  nuanceringen van het probleem. Jouke de Vries vreest dat de allochtonen en  autochtonen in het huidige maatschappelijke klimaat nog verder uit elkaar  groeien als er niets extra's gebeurt. 'We moeten een debat tussen de  verschillende culturen entameren. Er moet meer contact komen tussen de  bevolkingsgroepen. En er moet snel politieke overeenstemming komen over  integratiebeleid.'
 
Bij Wouter Bos rinkelen alle alarmbellen. 'Wat we nu meemaken heeft  Nederland nooit eerder meegemaakt', stelt hij vast. 'We moeten nu orde op zaken  stellen. Ik denk dat de wal nu het schip een beetje heeft gekeerd. De aard en  omvang van de migratie is niet te vergelijken met het verleden, met de tijden  dat grote aantallen joden en hugenoten zich hier vestigden. Het probleem van de  PvdA is dat veel mensen integratie vooral zien als een sociaal-economisch en een  taalprobleem'.
 
    'Maar het heeft ook sociaal-culturele dimensies: andere identiteit, andere  religie, minder emancipatie, lagere opleiding, en problemen met de acceptatie  van publiek gezag. De discussie hierover is vele malen lastiger dan over de  sociaal-economische kanten. Ik schrik als ik hoor dat mensen hier al langer dan  dertig jaar zijn en de taal nog steeds niet spreken. Maar ik vind taal niet het  grootste probleem.'
 
Wat moet er volgens deze PvdA'ers gebeuren om de integratie te bevorderen en  de problemen van de multiculturele samenleving aan te pakken? Jouke de Vries
 erkent geen pasklare antwoorden te hebben. Evenals Jeltje van Nieuwenhoven en  Klaas de Vries vindt hij wel dat 'taal de sleutel tot integratie is' en dat mag  ook 'veel dwingender' aan nieuwkomers worden opgelegd. 'Als iemand de  inburgeringscursus niet afmaakt, krijgt hij geen certificaat. Nee, ik ga niet zo  ver dat ik zeg: dan ook geen verblijfsvergunning', zegt Jouke de Vries. De  anderen voelen daar ook weinig voor. Voor Klaas de Vries en Jeltje van  Nieuwenhoven geldt dat de overheid eerst maar moet zorgen dat ze voldoende  inburgeringscursussen aanbiedt. Van Nieuwenhoven: 'Zolang er nog wachtlijsten  zijn, kan de overheid moeilijk iets van de allochtonen eisen'.
 
Klaas de Vries vindt het 'desastreus' dat de publieke omroep geen  taalcursussen uitzendt. 'Er is duidelijk een publieke noodzaak om nieuwkomers de  taal te laten leren. Waarom gebeurt dat niet op tv? De omroepen gedragen zich  niet dienstbaar aan de samenleving. Ze stellen zich op als commerciele zenders  en zenden liever een quiz uit.'
 
Integratie betekent ook dat de probleemwijken moeten worden aangepakt,  vinden ze alle vier. Meer wijkagenten, peuterspeelzalen en een brede buurtschool  waar moeders in schooltijd cursussen kunnen volgen. Daarmee kan de sociale  samenhang in de wijk worden vergroot. Bos: 'Topprioriteit is de veiligheid in  wijken vergroten. Als ons dat lukt, wordt het draagvlak voor de integratie  automatisch groter, omdat kleine groepen raddraaiers het dan niet meer verpesten  voor de grote groep. Daarom moeten ook jeugdzorg en jeugdhulpverlening meer  aandacht krijgen. We moeten er tijdig bij zijn als jongeren dreigen te  ontsporen. Daarvoor is de brede buurtschool hard nodig.'
 
Hoewel de problemen zich in bepaalde wijken van de grote steden  concentreren, zien ze niets in verplichte spreiding van nieuwkomers over wijken  en scholen. Jouke de Vries: 'Je kunt het als overheid nog zo mooi willen, mensen  laten zich niet dwingen'. En Van Nieuwenhoven: 'Als bejaarde Chinezen en  hindoestanen bij elkaar willen wonen, moet dat kunnen. Ik zie de noodzaak van  spreiding niet.'
 
Over de vraag of islamitische scholen en universiteiten de integratie  bevorderen of juist afremmen, lopen de meningen uiteen. Traditioneel geloven  PvdA'ers in emancipatie van bevolkingsgroepen via een eigen zuil. Van
 Nieuwenhoven: 'Ik ben zelf een product van die emancipatiebeweging. Het werkt  dus goed.' Ook Klaas de Vries heeft er geen probleem mee dat er islamitische  scholen en universiteiten komen. 'Zolang ze de integratie maar niet belemmeren.  We moeten daarom wel weten wat er op die scholen gebeurt. Ik begrijp werkelijk  niet dat we via de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst hebben moeten  horen dat sommige scholen anti-Westerse geluiden laten horen. Waarom hebben we  nooit wat van de onderwijsinspectie gehoord?' Wouter Bos noemt pleidooien om het  islamitisch onderwijs af te schaffen 'onvoldoende doordacht'. Maar Jouke de
Vries vindt het wel nadelig voor de integratie dat er islamitische scholen,  voetbalclubs en dergelijke zijn. 'Het mag natuurlijk, dat weet ik. Maar het  leidt tot nog meer isolement.'
 
Van Nieuwenhoven wil het bijzonder onderwijs verplichten om allochtone  kinderen op te nemen, als de ouders de grondslag van de school willen  onderschrijven. Dat staat inmiddels ook in het PvdA-verkiezingsmanifest. 'Je  moet wel hele goede redenen hebben om kinderen te weigeren, als de ouders de  signatuur van de school onderschrijven. Ik ben bereid daarvoor des noods de  Grondwet aan te passen.'
 
Ook Wouter Bos stelt de grondwet ter discussie. 'De samenleving is zodanig  veranderd dat ik me afvraag of het evenwicht tussen allerlei grondrechten moet  blijven zoals het nu is. Met de komst van de islam, en van veel laag opgeleiden,  hebben we nu elementen in de Nederlandse samenleving gekregen die de vraag  rechtvaardigen. Ik ben daar niet uit. Het is een ongelofelijk complex vraagstuk.  Maar ik ben het punt voorbij dat we steeds maar weer die conclusie trekken en  vervolgens besluiten om niets te doen.'
 
Bos denkt aan een verplichting in godsdienstige ruimtes Nederlands te  spreken of de overheid meer zeggenschap te geven over lesprogramma's. Bos:'Als  je besluit tot een ander evenwicht tussen grondrechten, dan zijn er twee  oplossingen mogelijk. Ofwel je regelt het voor iedereen in Nederland op een  andere manier. Ofwel je vindt het verantwoord om een onderscheid te maken tussen  rechten en plichten voor mensen die hier al eeuwenlang zijn aan de ene kant en  voor nieuwkomers aan de andere kant. Je loopt in dat laatste geval aan tegen de  vraag of zoiets houdbaar is voor bijvoorbeeld het Europese Hof voor de Rechten  van de Mens.'
 
'Ik vind dat we moeten kijken of we hogere eisen kunnen stellen aan  inburgering als mensen besluiten om hier naar toe te komen. Neem onze  identiteit. Wij zijn zelf al niet eens in staat om de dominante cultuur in  Nederland goed neer te zetten. Ik vind het bijvoorbeeld ook heel belangrijk dat  mensen leren om publiek gezag te accepteren. Daarom heb ik ook wat dubbele  gevoelens bij zo'n project als de Marokkaanse buurtvaders in Amsterdam. Dat  heeft het gevaar in zich dat jongeren erin worden bevestigd dat je wel naar je  vader moet luisteren, maar niet naar een politieagent.'
 
De volgende generatie buitenlandse jongeren haalt z'n partner niet meer uit  het thuisland